Schakelkast

De schakelkast (ook wel "verdeelkast" genoemd) vormt het centrum van de elektrische binneninstallatie.

  • schakelkasten zijn het vertrekpunt van de stroomverdeling doorheen het huis
  • ze ontvangen alle aansluitingen van de elektrische leidingen in retour
  • ze herbergen de beschermende componenten (schakelaars en zekeringen)

Schakelkasten worden onderverdeeld in groepen; men spreekt dan ook wel eens over de groepenkast.

Groepen verdeelkast

De elektriciteitskast wordt ingedeeld in aparte groepen, elk beschermd door een differentieelschakelaar. Door de indeling, kunnen eventuele storingen in de elektrische installatie makkelijker opgespoord worden. Het volstaat per groep de stroomtoevoer aan- of uit te schakelen om na ta gaan waar in huis de overbelasting / kortsluiting plaatsvond.

Differentieelschakelaars

Differentieelschakelaars (aardlekschakelaars, verliesstroomschakelaars) worden in de elektrische installatie opgenomen om te hoge spanningsverschillen op te vangen. Is het verschil tussen de normaalspanning en de effectieve spanning op een bepaald moment te groot, dan is het de taak van een differentieel om (zonder vertraging) "af te springen".

Kortsluiting of isolatiefouten kunnen aan de basis liggen van een fout in de wisselstroom of gelijkstroom. Het ogenblikkelijk uitschakelen van de stroom, beschermt dus zowel personen als de installatie (-onderdelen) zelf.

Differentieelschakelaars:
  • bestaan in meerdere types (type A, type B, type Hpi, ...)
  • zijn verkrijgbaar in uitvoeringen met meerdere modules per aardlekschakelaar
  • zijn 2-polig of 4-polig
  • kunnen diverse gevoeligheden hebben (30 mA, 300 mA)
  • worden gemaakt in verschillende sterktes / nominale stroomwaarden (10 A, 30 A, 125 A, 300 A, ...)
Welke differentieelschakelaar je dient te plaatsen, is uiteraard afhankelijk van de aangesloten groepskringen (en dus elektrische componenten / apparaten).

Zekeringen

Zekeringen, automaten of automatische plombs zorgen voor het automatisch "afspringen" wanneer een te grote stroom door de betreffende elektrische leidingen zou vloeien (vb bij stroomstoring).

Een zekering met een door het A.R.E.I. voorgeschreven maximaal te overschrijden nominale stroomwaarde dient i.f.v. de diameter van de leiding geplaatst te worden in elke kring van de elektrische bekabeling.

Wat binnenhuisinstallaties van woningen betreft, worden onderstaande zekeringen voorgeschreven:

doorsnee bedrading nominale stroom v/d zekering nominale stroom smeltveiligheid
1.5 mm² 16 10
2.5 mm² 20 16
4 mm² 25 20
6 mm² 40 / 32 32 / 25

Aardingsklemmen | aardingskam

Tijdens de ruwbouwfase werd de aardingslus in direct contact met de grond onder de funderingszolen ingegraven. Als het goed is, bevindt het andere uiteinde van de hoofdaarding zich in de schakelkast.

Om nu alle apart binnenkomende aardingen van alle leidingen (contactdozen, lichtpunten en apparaten) aan te kunnen sluiten op de hoofdaardingsklem in de verdeelkast, wordt doorgaans een aardingskam gemonteerd. De aardingskam is niet meer of niet minder dan een lange aaneensluiting van aardingsklemmen.